Reizen

De wereld onder onze wereld: urban exploring

David567 views

In welke stad je ook bent: dagelijks lopen er duizenden, tienduizenden, soms zelfs honderdduizenden mensen over dezelfde straat. We gaan winkels naar binnen, we eten wat, gaan op een bankje zitten en weer verder.

Het lijkt de enige wereld te zijn waarin je je kunt begeven, maar niets is minder waar. In de meeste steden is er namelijk ook een veelal geheime groep aanwezig waarvan het grootste deel van de mensen geen enkele weet heeft: de urban explorers.

Urban exploring draait vaak ook om het maken van mooie fotos, zoals in deze oude Duitse kerk.

Verlaten gebouwen, diepe tunnels en ondergrondse buizen

Urban explorers zijn de ontdekkingsreizigers van dit tijdperk. Ze ontdekken niet perse nieuwe gebieden op de wereld, maar herontdekken oude of verlaten bouwwerken. Sommige groepen richten zich puur op oude en verlaten gebouwen, andere groepen gaan voor oude tunnelgebieden en afwatersystemen.

Waar ze ook heengaan, het zijn altijd menselijke bouwwerken die tegelijkertijd nauwelijks bekend zijn bij het grote publiek. In de meeste gevallen is het verboden om de bouwwerken te betreden, maar de meeste explorers zijn voorzichtig en laten alles zoals het is. Urban exploring (ook wel urbex genoemd) is iets van alle leeftijden en beide geslachten: de groepen zijn vaak vrij gemengd.

Hier tegenover staan sommige graffitispuiters die juist dit soort bouwwerken betreden om grote werken achter te laten. Soms mooi, maar vaak ook enigszins vandalistisch. De twee groepen leven in de meeste steden en landen op gespannen voet met elkaar, omdat ze dezelfde gebieden bezoeken maar anders denken over het gebruik van deze gebieden.

Achtergelaten voorwerpen van explorers die een tijdje in een tunnel gewoond hebben.

Met de Cave Clan van Sydney op stap

Eén van de meeste beroemde en beruchte urban exploring groepen ter wereld is de Cave Clan uit Sydney, Australië. Deze groep is verspreid over het hele land, maar met name in de stad van het Opera House erg groot. Al in de late jaren tachtig ging de groep opzoek naar onbekende bouwwerken.

In de meeste gevallen bevinden zij zich in de afwatersystemen, waarvan Sydney er vele tientallen heeft, maar ook verlaten gebouwen, metrotunnel, oude treintunnels en bunkers worden opgezocht en bezocht. Ik had de mogelijkheid om een avondje op stap te gaan met deze veelzijdige groep en liet die kans natuurlijk niet aan mij voorbijgaan.

Geheimzinnigheid onder normale mensen

Toen ik in Berlijn was ontmoette ik een Australisch lid van de groep. In Berlijn nam hij me mee naar een oud verlaten gebouw van de Duitse spoorwegen, wat naar meer smaakte. Eenmaal in Sydney nodigde hij mij uit op een tocht door de tunnels met een deel van de Cave Clan groep.

We spraken af op een bruggetje naast de ingang van een grote tunnel. Er was wat spanning bij mij, want mijn vriend had net verteld dat ik de enige was die zijn echte naam wist en dat hij van niemand in de groep iets anders kent dan de schuilnaam. Het liet me beseffend at het wel degelijk iets illegaals was dat we gingen doen en dat ze blijkbaar zelfs elkaar niet helemaal vertrouwen.

Licht na de duisternis

Langzaam druppelden de leden binnen. Veelal mannen in de twintig, maar ook twee jonge vrouwen van maximaal begin twintig. De sfeer was relaxt en al snel merkte ik dat de schuilnamen er ook waren als onderdeel van de subcultuur. Tegelijkertijd zouden ze elkaar niet per ongeluk kunnen verraden mocht er iemand opgepakt worden. Het had niet zo zeer te maken met vertrouwen, maar vooral met het bescherm van elkaar.

Golfen in een ondergrondse tunnel

Via een steile muur klommen we twee meter naar beneden, waar een grote afwateringstunnel begon. De tunnel was zeker vier meter hoog en zes meter breed. Door de tunnel stroomde een laagje koud water, maar omdat het buiten meer dan dertig graden was, vond ik dat eigenlijk wel prettig.

Eén van de leden had golfclubs meegenomen en stuiterballen. Het was al snel pikkedonker in tunnel, maar met hoofdlampen gingen we een potje golfen diep in de tunnel. Bij een goede slag hoorde je de klap tot in de diepte doorklinken en vloog de bal de duisternis in, terwijl de groep proostte met een biertje.

Na de golf besloten we een zijtunneltje in te gaan, waar je eerst moet klimmen, vervolgens kruipen en uiteindelijk een diep, donker gaat in moest springen. Toegegeven, het was eng, maar de leden van de groep kenden iedere centimeter van het complex uit hun hoofd en waren al twintig jaar aanwezig in deze specifieke tunnel. Er kon eigenlijk niets misgaan.

Dat je ongeveer tien meter onder de grond zat, alleen maar water hoorde druipen in de verte en af en toe een boodschap in verf van de originele bouwers van de tunnel zag (“John and Mark, 1957”), maakte het echter een ontzettend onwerkelijke ervaring.

Je kunt natuurlijke niet in ondergrondse pijpen zijn zonder de aanwezigheid van loodgieter Mario.

Van een oude treintunnel tot een verlaten bowlingcentrum

Na een paar tochtjes door kleinere tunnels, onder meer onder het centrale treinstation van Sydney, begonnen we aan de tweede grote tocht van de avond. Het tweede deel van de avond was een combinatie tussen een ondergrondse trip en een verlaten gebouw. We reden naar een verlaten treintunnel waar al enige tijd geen treinen meer reden, maar nog wel zaken werd opgeslagen.

We moesten erg stil zijn en gebruikten een zwak, rood zaklampje, omdat er nog bewakers rondliepen op het terrein. Na een kleine hindernisbaan over oude treinstellen en railstukken kwam we bij een kleine ingang uit die was afgesloten met een soort gevangenisdeur. Onder de deur was net voldoende ruimte om plat op je rug onderdoor te schuiven, de vieze kleding op de koop toe nemend.

Het geluid van de buitenwereld was vrijwel direct weg toen we in de smalle tunnel liepen die nauwelijks een meter breed was en net geen twee meter hoog. Een deel was ingestort, maar je kon er met wat moeite langs kruipen. Toch werd het wel enigszins spannend toen we plat op onze zij ons ongeveer twee meter voort moesten trekken om verder te komen. Nee, dit was niet iets voor de claustrofobische medemens.

Het water stroomt een tunnel binnen. Met regen zijn deze tunnels levensgevaarlijk terrein.

Een plotselinge ladder, kakkerlakken en XL-spinnen

Na de kruipruimte kwam je plotseling terecht bij een ladder die zowel omhoog als omlaag de duisternis inging. In je eentje zou je waarschijnlijk geen idee hebben waar je bent, maar gelukkig was ik met twee ervaren urban explorers.

Eerst gingen we naar beneden, waarbij ik enigszins haast maakte op de ladder omdat er wat kakkerlakken op zaten. Onderaan de ladder moest je een klein sprongetje wagen, omdat de laatste treden van de ladder doorgeroest waren. We liepen een kleine ruimte in waarin de groep al meer dan twintig jaar geleden bovenaan de muur hun naam had neergezet.

In al die tijd waren vermoedelijk alleen leden van de groep hier geweest. Ook op deze muur vonden we boodschappen van de bouwers van de ruimte, toen er nog een doel was voor de tunnels waar we instonden.

Op de weg terug naar de ladder – dit keer om omhoog te gaan – kwam ik nog een Huntsman Spider tegen, één van de grootste spinnen op aarde, maar gelukkig wel vrijwel ongevaarlijk. Snel doorlopen.

Point of no return

Zonder iemand die de “Hobbitdeur” openhoudt kan je zo maar vast komen te zitten.

We klommen de ladder weer op en gingen dit keer omhoog. Halverwege, voorbij het punt waar we omlaag waren gegaan, zat ineens een klein deurtje van iets minder dan een meter hoog in de muur. De twee explorers noemden dit “The Hobbit door”. Zelf wisten ze ook niet wat het deurtje er deed, maar je kwam in elk geval in de spouwmuur van een oud gebouw uit.

Dit was direct het punt waarin het echt riskant werd, omdat iemand de deur open moest houden, terwijl iemand anders verder gaat. Via de spouwmuur kwam je in de kelder van een oud bowlingcentrum uit. Het licht was nog altijd aan en knipperde zoals in een horrorfilm. Hier moest iemand controleren of een kelderdeur open was, zodat we naar buiten konden.

Was dit niet het geval, dan kan je vast komen te zitten. De Hobbitdeur was namelijk maar van één kant te openen. Weet je dit vooraf niet, dan kan het wel eens goed misgaan als het je niet lukt om met geweld uit het bowlingcentrum te breken.

Gelukkig was de deur bij ons wel open. Via de kelder liepen we het volledig verlaten centrum in. We liepen de verlaten hal in waar nog oude folders lagen uit 2001 en liepen zo onopvallend mogelijk de voordeur uit: midden op straat in het altijd bruisende Sydney.

Urban exploring is zonder twijfel één van de vetste dingen die ik ooit heb gedaan. Tegelijkertijd zijn er wel degelijk risico’s verbonden aan het ontdekken, om het nog niet eens over de legaliteit te hebben (word je gepakt, dan kom je in de meeste landen wel weg met een waarschuwing).

Wil je zelf gaan ontdekken, wees dan voorzichtig, ga bij voorkeur samen anders en het liefst met iemand die ervaring heeft.

Vanuit de hal loop je – na binnen te zijn gekomen via een verlaten treintunnel – zo de straat van hartje Sydney op.

 

 

Leave a Response